Zorg en expertise
Het bieden van de juiste zorg aan onze leerlingen is een van onze belangrijkste taken. Hiervoor maken wij gebruik van de expertise van verschillende professionals en protocollen zoals hieronder beschreven.


De leerling centraal
In ons onderwijs staat de leerling centraal. Om de kwaliteit van ons onderwijs te behouden, bespreken we een aantal keer per jaar de didactische en pedagogische aanpak van leerlingen, de sociaal-emotionele ontwikkeling, het groeps- en het schoolaanbod.
Ook de ouders van de leerling spelen hierin een grote rol. We betrekken hen daarom als partner in het overleg. Minstens twee keer per jaar hebben ouders een gesprek met de leerkracht over de voortgang en bevindingen. Leerlingen van 16 jaar en ouder worden hierbij betrokken.
Als een leerling zich onvoldoende goed voelt of te weinig betrokken is, onderzoeken we wat hiervan de oorzaak is. In de eerste plaats kijken we naar het onderwijsaanbod, bijvoorbeeld: sluit de leerroute nog goed bij de leerling aan? Ook praten we met de leerling en ouders over hoe het gaat op school. Wanneer deze acties niet voldoende zijn, plannen we een overleg met een van onze IB’ers en vragen we de Commissie voor de Begeleiding om ondersteuning en/of advies.
Lees meer over onze zorg en expertise
Commissie van Begeleiding (CvB)
De CvdB bestaat uit de orthopedagoog, de SMW-er, de directeur van de school, de IB’ers en de jeugdarts. De commissie vervult een belangrijke rol in het plannen, volgen en ondersteunen van de teamleden bij de uitvoering van ons onderwijs.
Ontwikkelings Perspectief Plan (OPP)
Als een leerling start op onze school, wordt er door de CvdB een OPP opgesteld. In het OPP staat een beschrijving van de huidige kennis en vaardigheden van de leerling en welke belemmerende en bevorderende factoren invloed hebben op het onderwijs.
De CvdB stelt het uitstroomprofiel vast en geeft advies over de te volgen leerroute en de onderwijs- en begeleidingsbehoefte van de leerling.
Extra zorg
Het kan zijn dat een leerling extra ondersteuning nodig heeft, bijvoorbeeld omdat het niet goed gaat op school of omdat een leerling extra zorg nodig heeft op het gebied van persoonlijke verzorging, taal/spraak of motoriek. Soms is het nodig dat die extra zorg onder schooltijd plaatsvindt. De CvdB stemt af welke vorm en hoeveel extra zorg er nodig is voor de leerling om het onderwijs te volgen.
Therapie
Eén dag in de week is er een logopedist op school. Leerlingen die individuele logopedische uitspraakoefeningen moeten doen, kunnen die dag bij de logopedist terecht. Voor extra logopedie of overige therapieën (bijvoorbeeld fysiotherapie of psycho-motorische therapie) maken ouders zelf een afspraak met een therapeut.
Ook zorgen zij voor de bekostiging van de therapie. De geplande therapie kan soms op school plaatsvinden als we er ruimte en tijd voor vrij kunnen maken. Ook moet de therapie onderwijsondersteunend zijn. Daarvoor is samenwerking tussen school, ouders en therapeut nodig.
Individuele begeleiding, verzorging of verpleging
Soms hebben leerlingen ook (medische) zorg nodig tijdens de schooluren, zoals begeleiding of persoonlijke verzorging. Hiervoor werkt de school samen met de Gemiva-SVG groep. Zij levert medewerkers met zorgervaring die de leerling ondersteunen tijdens het werken in de leersituaties.
Vanuit de doelen uit het OPP stelt de groepsleerkracht samen met de zorgmedewerker een programma op. De ondersteuning wordt geïntegreerd in het groepsaanbod.
Voorheen werd deze zorg betaald vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten(AWBZ). Sinds 1 januari 2015 wordt (medische) zorg aan kinderen vergoed op basis van de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning(WMO), de Wet langdurige zorg(WLZ) en een gewijzigde Zorgverzekeringswet.
Meer informatie hierover kunt u opvragen bij de intern begeleider of de schoolmaatschappelijk werkende van de school.